Alweer de zesde roman van de Vlaming Paul Mennes. De afkomst bemerk je in de taal van he boek vrijwel niet, maar is alleen een verklaring(?) voor het gegeven dat de jonge Vlaamse (aha) Samuel Penn zijn liefde, de mooie Midori Nagai, volgt naar Japan. Na vier jaar Brussel te hebben gewerkt voor Het Bedrijf gaat haar vader en dus ook Midori weer terug naar de miljoenenstad Osaka, waar moeder Emi en irritante broer Hajime hen opwachten.

Het boek is een kennismaking met het oude keizerrijk, net zo goed als met het nieuwe Japan. Sam valt van de ene verbazing in de andere en wij met hem. Het eten, de drukte op de straten, de prachtige tempels en de onvoorstelbare kitscherige pretpaleizen. Het maakt een diepe indruk op Sam en het is een verdienste van de schrijver dat hij dat ook op ons weet over te brengen. De cover met het cartooneske konijn, een soort van sexy bunny, omgeven door tientallen felgekleurde lampjes zet je, geheel in stijl, meteen op het verkeerde been. Nee dit is geen nachtclub-bunny waar Sam in een nachtclub tegenaan loopt, dit is de schreeuwerige buitenkant van het alledaagse Japan. En wat het konijn op maan precies is word je ook al snel duidelijk.

Maar het boek is ook een mooi en modern liefdesverhaal. Jongen volgt meisje over de hele aardbol om zich over te geven aan een niet echt liefhebbende familie, een onbenullig baantje in de stripwinkel van Oom Tadeshi te accepteren en zich met veel vallen en opstaan een bestaan op een andere planeet eigen te maken. Een klassiek liefdesdrama ligt op de loer…